In 1890-’91 werd het eerste volledige Eerste Klasse seizoen onder leiding van de Nederlandse voetbalbond gespeeld. Deze had bepaald dat een Eerste Klasse club minimaal één keer tegen alle andere Eerste Klasse clubs moest spelen en minimaal acht wedstrijden om in aanmerking voor het kampioenschap te komen.
Omdat het Haarlemse Excelsior voor het begin van het seizoen was opgeheven bleven er zes Eerste Klasse clubs over. Dat werden er vijf nadat “Voetbal Vereeniging Amsterdam” zich in februari terugtrok, na een verloren wedstrijd en twee afgelaste wedstrijden. Wel speelde VVA op 19 april een vriendschappelijke wedstrijd tegen HFC die met 0 – 6 werd verloren.
De “Haagsche Voetbal Vereeniging” stond vanaf de eerste wedstrijd aan de leiding en stond die niet meer af. Zij werden daarmee de eerste officiële door de Nederlandse voetbalbond uitgeroepen kampioen.